De Bijstandsmoeder
Omdat het grootste deel van het besteedbaar gedeelte van haar uitkering opging aan wijn, sigaretten en uitgaan, had ze haar twee kinderen vreselijke beelden van lammetjes, kalfjes, kippen en biggetjes moeten laten zien, die in een fabriek op brute wijze tot mensen-eten werden gehakt.
Haar oudste was altijd een bazig meisje geweest en had haar jongere broertje tegen zijn zin in, met lichte druk en veel overtuigingskracht geheel vrijwillig tot het veganisme bekeerd.
Het was ook haar dochter die het woord voerde bij de bevestiging dat zij het beiden een goed plan vonden om vanaf vandaag diervriendelijk te zijn. Ze hadden samen besloten om nooit meer dieren eten.
Door deze eenvoudige strategie was er weer voldoende geld beschikbaar om de dagelijkse maaltijden voor drie personen ruim in te slaan.
Zelf kon ze hier en daar wel wat vlees en vis tot zich nemen op de etentjes bij kennissen thuis of in de restaurants waar ze door een van haar een-nacht-hooguit-twee nacht-vriendjes werd uitgenodigd.
Zelf was ze opgegroeid in een één-ouder-gezin.
Ze had de familietraditie voort gezet. Net als haar moeder wist ook zij niet wie de vaders van haar kinderen waren.
Haar kinderen waren –net als zij dat zelf in haar jeugd was- op jonge leeftijd al zeer zelfstandig.
Op de dagen en nachten dat ze niet thuis was, nam haar dochter de honneurs waar en maakte iets te eten voor haar en haar broertje. Omdat er nu geen vlees of vis meer aan te pas kwam, was dat een stuk eenvoudiger voor haar geworden. Met een restje borrelnootjes en een pak koekjes per persoon voor de televisie, kregen ze alles binnen dat een kind nodig heeft om gezond op te groeien.
Ik kwam ongeveer een uur na kinderbedtijd het portiek op.
Op de bovenste tree van de toegangstrap zat het zoontje van mijn benedenbuurvrouw beteuterd voor zich uit te staren.
Ik vroeg waarom hij nog zo laat buiten was.
Mijn buurjongen begon te huilen en vertelde dat de voordeur van zijn huis per ongeluk was dicht gewaaid en hij nu niet meer naar binnen kon.
Zijn zusje had een pyjamaparty bij een vriendinnetje en zijn moeder was bij oom John.
John bleek geen echte oom te zijn, maar zijn moeder stelde al haar minnaars aan hem voor als oom. Bij volwassenen noemde ze een oom gekscherend een van haar verloofdes.
Het kleine mannetje vertelde me, dat hij ook nog niet had gegeten.
Ik antwoordde hem, dat ook ik nog niet had gegeten en er een grote pan met eten op me stond te wachten die eigenlijk te veel was voor een persoon.
Voor mijn vertrek was ik zo verstandig geweest om alles te prepareren voor een kostelijke ruime eenpansmaaltijd.
In mijn keuken aangekomen gaf ik de kleine man alvast een stukje stokbrood met wat kruidenboter om zijn ergste honger te stillen.
Al etend beklom hij een keukenstoel om mijn keuken beter te kunnen overzien.
Vanuit zijn nieuwe positie tilde hij nieuwsgierig de deksel van de grote pan op het fornuis omhoog om te zien wat de pot schafte.
Tot zijn grote teleurstelling herkende hij de inhoud van de pan niet en vroeg me wat dit in godsnaam was.
Mosselen, zei ik en vroeg hem of hij wel eens mosselen had gegeten.
Hij ontkende door zijn hoofdje hard heen en weer te schudden en vroeg meteen daarna of mosselen dieren waren.
Ik vertelde dat het wel dieren waren, maar wel hele domme dieren.
Ze gebruikten hun hersenen eigenlijk alleen om te eten en om hun schelp te openen en te sluiten.
Hij was het met me eens dat je dit eigenlijk geen dieren kon noemen en ging ermee akkoord dat je dit als veganist zou mogen eten.
Omdat ik bang was dat de kleine man zich zou bedenken, zette ik het verhaal nog iets aan met de term “Fruit de Mer” en vertaalde dat voor hem als zeefruit.
Nu was het probleem voorgoed uit de wereld want volgens zijn zeggen was fruit geen enkel probleem voor veganisten.
Dat mocht hij van zijn zusje wél eten.
Ik stak het gas onder de mosselpan aan en na enkele minuten kookte de witte wijn. De mosselen openden zich een voor een door de kokende stoom en de keuken vulde zich met het aroma van de zee.
Ik tilde de dampende pan van het gasfornuis en in een kleine optocht liepen we richting eettafel. Ik voorop als een tamboer maître en mijn jonge vriend volgde mij al stampend met zijn kleine voetjes naar de plek waar we ons koningsmaal zouden verorberen.
“Als ik later groot ben, wil ik net als jij kok worden”, hoorde ik hem achter mij zeggen.
Ik pakte een kussentje van de bank om zijn zitplaats iets te verhogen zodat we elkaar in de ogen konden kijken. Ik liet hem zien hoe je mosselen eet en al snel at hij de ene na de andere mossel alsof hij maanden niet had gegeten. Ver boven de vloer bungelden zijn korte beentjes van plezier heen en weer. Hij genoot duidelijk van het voedsel en vertelde me al na de vierde mossel, dat dit zijn lievelingseten zou worden.
Onze mannenseance werd bruut verstoord door de deurbel.
Zijn zus stond in paniek voor de voordeur van mijn huis.
“Dag buurman” sprak ze met knalrood hoofd en trillende stem.
“Mag ik uw telefoon even gebruiken om de politie te bellen?”
Omdat ze haar woonhuis grondig had doorzocht wist ze me als een geroutineerde detective te vertellen dat het huis beneden totaal was verlaten, er niet was gegeten en de huissleutels van haar broertje gewoon op tafel lagen. Ook hing zijn jas aan de kapstok met daaronder zijn plastic schoentjes.
“Meneer, ik maak me zo ongerust. Volgens mij is mijn broer ontvoerd door een kinderlokker of een andere enge man.”
Waarom zij aannam dat alleen mannen eng kunnen zijn en pedofilie niet bij vrouwen voorkomt, wilde ik niet ter discussie stellen bij het vroegwijze meisje.
Ik stelde haar gerust door te vertellen dat hij bij mij was. Met een vriendelijke lach zei ik dat we samen aan het eten waren en nodigde ook het tweede kind van mijn onderbuurvrouw uit om mijn huis te betreden.
In eerste instantie kwam ze binnen om mijn verhaal te checken en te controleren of haar broertje niet naakt op een stoel was vastgebonden.
Ze liep de woonkamer binnen alsof ze in mijn huis woonde en zag haar broertje lachend omringd met een berg mosselschelpen aan de eettafel zitten.
Ik vroeg of het meisje al gegeten had.
Ze vertelde dat ze voor het eten ruzie met haar vriendinnetje had gekregen door een paar leren schoenen die ze voor haar verjaardag had gekregen.
Het stomme kind had haar alleen laten staan in haar poging om de wereld diervriendelijker te maken. Ze had haar leven als veganist opgegeven voor een paar schoenen die ze graag als verjaardagscadeau had wilde hebben.
En alsof dat niet genoeg was, had ze haar ook nog bekend dat ze al maanden vlees en vis at.
Ik pakte een extra bord uit de keuken en toen ik terugkeerde bij de eettafel zag ik dat ze zich al tegoed deed aan een stukje stokbrood.
Zonder te vragen wat er in de pan zat, pakte ze een mossel en bestudeerde die een paar minuten. Ze keek naar haar broer die duidelijk van plan was om de pan -tot de bodem zichtbaar werd- te legen en vertrouwde er blindelings op dat het veganistvriendelijk voedsel was.
In paniek dat de pan nu door drie gedeeld moest worden haalde de kleine man een mossel uit zijn schelp.
Precies toen zijn zusje de eerste mossel in haar mond had gestoken en haar goedkeuring had gegeven over deze lekkernij, wees hij haar erop dat zeefruit oogjes had. Om het gezicht van de ongenode extra gast groen te laten kleuren, voegde hij er ook aan toe dat zeefruit ook een mondje had. Hij wees naar de mossel om te laten zien dat hij niet fantaseerde.
Gillend liep zijn zusje van tafel om de eerste en laatste hap van deze voor haar onbekende eetwaar op het toilet uit te spugen.
Hij keek me triomfantelijk aan met een blik dat hij de vijand had verslagen.
Na die keer kwam hij regelmatig bij me eten om zijn veganistisch bestaan tussen de twee vrouwen beneden aan te vullen met vlees, vis en vooral met schaaldieren waar hij zo gek op was.
Rock & Roll
Ze wierp zichzelf als een baksteen in de vijver die haar toekomstige man zou worden.
Rond de plek waar ze te water was gegaan, begonnen zich kringen in zijn leven af te tekenen,
Langzaam maar zeker breidde de eerste hoge golfkring zich langzaam naar buiten uit en nam steeds een beetje in diameter toe en in hoogte af.
Alles moest veranderen totdat de laatste kringen de hele vijver hadden ingenomen.
Ik schuif het voorgerecht voorzichtig tussen het klaarliggend bestek op de eettafel en loop snel terug naar de keuken om het hoofdgerecht in de oven te zetten.
Bij terugkomst in de woonkamer nodig ik hem uit om aan tafel te gaan.
Met moeite weet hij zich uit de zachte sofa los te maken, de rug en de benen te rechten en beweegt zich met kleine pasjes richting gedekte tafel.
Als een lakei schuif ik de stoel onder zijn zitvlak en laat me op de stoel tegenover hem neervallen. Voor het eerst vind ik vandaag wat rust.
Joop is mijn enige gast vanavond.
Een oude vriend en voormalig buurman.
Onze belangstellingen in het leven en onze leefstijl waren door de jaren heen steeds verder uit elkaar geraakt.
Ik was hem door alle verhuizingen kwijtgeraakt en hij was min of meer uit mijn gedachten gesleten.
In een dichte mist aan de horizon wist ik me te herinneren dat er ooit een diepe vriendschap was geweest.
Hij had me op zijn zoektocht naar oude vrienden teruggevonden op het internet.
Verbaasd en door nostalgische gevoelens gedreven, accepteerde ik zijn vriendschapverzoek op het sociale netwerk.
Na een pingpongwedstrijd met e-mailtjes vonden we snel een avond, waarop we gezamenlijk vrij waren.
Of beter gezegd, waarop ik vrij was.
Joop had inmiddels de AOW-leeftijd bereikt.
Zijn vrouw Dorien was onlangs overleden en zijn kinderen hadden zich in het buitenland gevestigd met hun partners en zijn kleinkinderen.
Hij was de hele dag vrij en had niet echt veel meer om handen.
Ik kijk naar de oude man aan de andere kant van de tafel en vergeet zelf bijna te eten.
Met moeite probeer ik het beeld dat ik van hem had met de man tegenover me te combineren.
Hij zit duidelijk te genieten van mijn salade met eendenborst en de daarbij behorende wijn die ik met zorg had uitgekozen.
Toen ik hem ontmoette was hij een branieschopper, die altijd teveel rookte en dronk.
Hij was de zanger van een plaatselijke rockband die ik voor het moment dat we elkaar ontmoetten alleen van radio en televisie kende.
Hij was een paar jaar ouder dan ik en in die tijd mijn voorbeeld hoe me te onderscheiden van de burgerlijke mensen in ons dorp.
Als de term ‘seks, drugs en rock and roll’ op iemand sloeg, was het wel op Joop.
Een prachtig, groot dakterras sierde mijn huis aan de achterkant.
De zon verwarmde het in dien mate, dat het een plek rond de evenaar leek.
Ik had zelf echter geen tijd om dit kleine paradijs van planten te voorzien.
Joop plantte elke lente wat zaadjes voor mij in de enorme bloembakken die hij mij cadeau had gedaan.
Elk najaar zorgde hij er ook weer voor, dat alle enorme planten van mijn dakterras verdwenen waren en mijn daktuin –zoals hij dat noemde- ‘winterklaar’ was.
Toen het me opviel dat hij in de herfst altijd ‘Nederwiet’ van Doe Maar neuriede tijdens zijn werkzaamheden in mijn daktuin , drong het pas tot mij door, dat hij mijn terras al jaren als illegale kwekerij voor cannabis had gebruikt.
In de tijd dat ik bij het woord coke nog aan frisdrank dacht, kocht ik mijn eerste gram cocaïne ooit bij hem.
Ik doorbreek de stilte door hem te vragen of hij nog wel eens zingt.
Alleen onder de douche, zegt hij lachend.
Peinzend kijkt hij daarna voor zich uit met in één van zijn mondhoeken, een kleine glimlach.
Hij probeert met zijn tong wanhopig een stukje sla tussen zijn tanden te verwijderen.
Ik geef hem een houten tandenstoker en een paar seconden later kijkt hij me opgelucht aan.
Ik sluit het voorgerecht af met een sigaret en bied hem er ook een aan.
Alsof hij zich afweert tegen een groot gevaar dat hem probeert te bespringen, weigert hij met twee opengevouwen handen in de lucht tussen ons in.
De tandstoker zit inmiddels tussen zijn lippen als een sigaretje uit Madurodam.
Ik rook al 40 jaar niet meer.
Dorien vond het stinken in huis.
Toen onze oudste geboren werd, wilde ze helemaal niet meer dat er in huis gerookt werd.
Daarbij vond ze ook, dat ik mijn stem ermee verpestte.
Ik zat toen nog in de band.
We barsten toen nog van de optredens.
Het geld kwam werkelijk aan alle kanten binnen.
Spelen, een beetje dealen en de royalty’s die binnenstroomden.
Ik schreef namelijk alle teksten.
Dorien wees me erop dat ik wel gek leek.
Nadat ik haar wat huishoudgeld had gegeven, zoop en rookte ik een kwart van het geld op en de rest van de muntjes ging mijn neus in.
Niet dat zij en de kleine iets tekort kwamen, maar ze had wel gelijk.
Ik was haast altijd met de band op pad, aan het oefenen of we zaten in de studio.
Ik was nooit thuis en Dorien wees me erop dat ik mijn zoon niet zou zien opgroeien.
Daar had ze een punt, dus ben ik uiteindelijk maar uit de band gestapt.
Ik kon eigenlijk best alleen van de handel in dope leven en daarmee was ik van een hoop gezeur van Dorien af.
Ik schenk hem bij en steek een tweede sigaret aan als de kookwekker mij dwingt de tafel te verlaten. De keurige huisvader aan de overkant geeft me gedwee de borden en het bestek aan, die hij tijdens zijn verhaal al keurig had opgestapeld.
Vanuit de keuken observeer ik de eenzame, starende oude man aan tafel die zijn Klaagmuur enkele minuten moet missen. Het lijkt erop dat hij zijn drinktempo van weleer heeft hervat en vult zelf snel -als een dief in de nacht- zijn lege glas tot de rand weer vol.
Met de ovenschotel in mijn ovenwanten betreed ik de woonkamer weer en zet die op het klaarliggende warmhoudplaatje tussen ons in.
Alsof ik niet ben weggegaan vervolgt hij zijn verhaal.
Tja, Dorien had natuurlijk ook gelijk dat het voor een kind niet leuk is om later op school te moeten vertellen dat je vader dealer van beroep is.
Ze wilde ook niet meer dat ik in huis gebruikte en mijn klantjes thuis ontving.
Ik denk dat ik mijn muziek- en jeugdvrienden daar een beetje door ben kwijtgeraakt.
Na een afkickprogramma waar Dorien me op gewezen had, was ik helemaal clean en bij thuiskomst vertelde Dorien dat ze weer zwanger was.
Ik moest toch ergens inkomsten voor mijn vrouw en kinderen uit genereren en ben daarom maar voor mezelf begonnen.
Ik moest er niet aan denken dat ik voor een baas moest gaan werken.
Je weet vast nog wel dat de hele straat toen vol met tweedehands auto’s stond, die ik toen repareerde.
Dorien vond dat ons oude huis te klein werd nu de tweede op komst was. Ze wilde dat de kleinste een eigen kamertje zou krijgen.
Het ging eigenlijk best lekker in de auto’s, dus kwam er een groter huis.
Met twee kinderen, een koophuis en de garage die ik toen moest huren, was het toen wel even afzien.
Een oud dopeklantje die nog een forse schuld bij me had openstaan, bracht uitkomst.
Ik kon –voor weinig- zijn taxibedrijf overnemen. Dus eerst overdag onder de smeerbrug en ’s avonds op de taxi.
In no time had ik 40 wagens rijden en kon al snel meneer de directeur gaan spelen.
Weer kwam het geld als water binnen en ik kon de garage voor een leuk prijsje verkopen.
Een uitbreiding van mijn taxibedrijf met old timers voor trouwerijen en een servicedienst voor ministeries bleek een nieuwe onaangeboorde goudmijn te zijn.
In die tijd zocht ik weer wat oude muziekvrienden op en onder het genot van wat drank en een witte neus maakten we plannen om de band weer nieuw leven in te blazen en een tourtje voor de fans te doen.
Ondanks dat ze de pil gebruikte en we hadden besloten dat we geen kinderen meer wilden, kondigde Dorien aan dat ze weer zwanger was.
Omdat de twee jongens al 10 en 9 waren, had ze nog weinig om het hand.
Haar afgeronde opleiding manicure/ pedicure was –ondanks dat ik een winkel voor haar gehuurd had- op een fiasco uitgelopen.
Ze verlangde naar moederlijke zorg om haar leven weer een duidelijke zin te geven.
Door het kleine meisje dat geboren werd, zag ik haar weer helemaal opleven.
Weer was het huis volgens Dorien te klein en had ze al een leuke koopwoning in een van de betere wijken van onze stad gezien die ons weer wat gezonde leefruimte zou geven.
Ondanks mijn verdiensten, moesten we door deze aankoop de financiën weer opnieuw bekijken.
Daarbij kwam nog dat de jongens geld als water verslonden door alle activiteiten die ze op aanraden van Dorien deden.
We konden ons de luxe vakanties van weleer niet meer veroorloven en besloten een caravan te kopen waardoor mijn zoons een motorbootje wilden tegen de verveling op de camping.
Als geluk bij een ongeluk kon ik een partner vinden die mijn bloeiend bedrijf en zijn landelijke taxibedrijf zou willen koppelen.
Op papier zag alles er prachtig uit en zou het me financieel lucht geven en het me een mogelijkheid geven de zaak nog veel groter aan te pakken.
Tot nu toe hadden al mijn stappen hooi in goud veranderd, maar deze keer ging het mis.
Ik werd na jaren met hem samengewerkt te hebben op grove wijze opgelicht en was na jaren werk en opbouw van mijn bedrijf op een grove wijze aan de kant gezet en uitgerangeerd.
Met alleen een grote schuld en een echtgenote bleef ik achter.
De kinderen waren inmiddels uit huis en hadden ons tot oma en opa gebombardeerd.
Dorien kon de armoede niet meer aan en heeft toen een scheiding aangevraagd.
Light My Fire van The Doors klonk door de speakers.
Hij stond op om de volumeknop van mijn versterker een flinke draai richting harder te geven.
Uit volle borst zette hij in, om samen met de zanger een duet voor het eenkoppige publiek te zingen. Zijn stem was opmerkelijk helder en zijn volume deed niet onder voor dat van Jim Morrison.
Jammer, dacht ik, dat zo’n talent in het graf van familiair geluk begraven is.
Toen het volgende nummer begon en de volumeknop was teruggedraaid naar huiskamerniveau kwam hij met een blij hoofd weer aan tafel zitten.
Hij keek me stilzwijgend aan schonk zichzelf nog een wijntje in en vroeg:
“Mag ik een peukie van je jatten?”
De Onzichtbare Minnaar
Ik verliet het kleine café kort om buiten mijn nicotinetekort aan te vullen.
Bij het betreden van het kleine rookterras zie ik een vrouwelijke medeverslaafde.
In de ene hand sierlijk een brandende sigaret, in de andere een dure smartphone.
Behendig tikt ze razendsnel met beide duimen wat tekst en vertoont een brede lach als ze een reactie op haar getikte teksten krijgt.
Ze steekt een volgende sigaret op en gunt me geen enkele blik.
Zelfs het gebruikelijke vriendelijk knikje dat rokers elkaar meestal onderling geven, laat ze achterwege.
Zonder enig contact met haar te krijgen, neem ik de laatste trekjes van mijn sigaret en verruil ik de koude rookplek weer voor mijn warme plekje aan de bar.
Aan een tafeltje precies in mijn zichtveld zit een man alleen.
Uit de damesjas die over de stoel tegenover hem hangt, maak ik op dat hij in gezelschap van een dame is, die zich om een of andere reden aan zijn gezelschap heeft onttrokken.
Ik bestel nog een bier en merk op dat de rookster buiten een derde sigaret moet hebben opgestoken.
De man aan het tafeltje vertrekt geen spier en wacht geduldig op de terugkeer van zijn dame.
Twee krukken verder zit een aantrekkelijke dame -die zich zeer bewust is van haar schoonheid- omgekeerd aan de bar.
Ze kijkt de man aan het tafeltje indringend aan en toont hem haar prachtige benen die ze over elkaar heeft geslagen.
Om de drie minuten verwisselt ze van been zodat het bovenliggende been voor de eenzame man in vol ornaat te zien is.
Ongemakkelijk keert hij zijn gezicht weg, maar zo nu en dan wint zijn nieuwsgierigheid het van zijn voornemen de andere kant uit te kijken.
De rokende vrouw buiten moet nog een of meerdere sigaretten hebben opgestoken.
Ik draai me om en zie haar inderdaad nog rokend staan met de smartphone die haar gezicht totaal verlicht.
Ik bewonder haar uithoudingsvermogen en dat ze de gure avond in zo’n dun jurkje zo lang kan trotseren.
Terwijl ik me weer terug draai naar mijn bier op de bar, zie ik dat de eenzame man aan het tafeltje en de aandachtvragende pin-up aan de bar in gesprek zijn geraakt.
Ze laat zich langzaam van haar kruk glijden, trekt haar korte rokje -dat tijdens deze beweging iets te hoog was opgetrokken- naar beneden en verkleint de afstand tussen haar en de man.
Lachend besluipt ze haar prooi en maakt het eerste lijfelijk contact door haar hand tijdens de conversatie voorzichtig op zijn schouder te leggen.
Het gesprek komt goed op gang en ik zie de man duidelijk genieten van de aandacht die zijn eenzaamheid verzacht.
Ik besluit me weer naar buiten te begeven om de rookster buiten te vergezellen in haar eenzame kruistocht tegen de kou.
Verschrikt draait ze het volumeknopje op haar mond naar beneden nadat ik de buitendeur had geopend. “Ik mis jou ook, ik hou van je, gekkie”, was de laatste zin op vol volume geweest die ik nog net kon horen. Ongemakkelijk keek ik naar haar rug en stak opnieuw een sigaret op.
Als een puber giechelde ze wat richting telefoon en beëindigde het gesprek met de man aan de andere kant van de verbinding met een diepe zucht.
Ze moet zich bewust geworden zijn van de kou en betrad het etablissement onmiddellijk nadat haar smartphone op zwart was gegaan.
Door de deur heen zag ik haar in de richting van de damesjas lopen die nog steeds tegenover de eenzame man op de lege stoel lag.
De pin-up was in twee naaldhakstappen weer op haar kruk gesprongen en speelde een vrouw die de barkeeper hard nodig had om een dropwodka te bestellen.
Terug aan de bar zag ik dat zijn rokende vriendin een scene maakte over het gedrag van haar vriend. Ze had hem wel gezien met die sloerie.
Ze kon ook niet even weggaan of hij zat alweer met een ander te flirten.
Boos greep ze een nieuw pakje sigaretten uit haar jas, deed een sjaal om en liep woest naar haar oorspronkelijke plek buiten.
De verwarde man stond onmiddellijk op en volgde zijn vriendin naar buiten.
Vanaf mijn plek zag ik haar telefoon snel aan en uit gaan toen ze haar vriend ontwaarde.
De pin-up aan de bar keek tevreden richting het ruziënde stel voor de deur van het café.
De vrouw liet haar man alleen buiten staan en kwam op hoge poten de bar weer binnen om haar jas op te halen. Gooide wat papiergeld op de bar naast de pin-up en verliet stampend de zaak.
In het voorbijgaan buiten, negeerde ze haar vriend, zoals ze mij ook had genegeerd en liep met versnelde pas richting haar onzichtbare minnaar.
Terneergeslagen betrad de man schouderophalend de ruimte weer.
Zocht zijn vertrouwde plekje aan het tafeltje weer op en bestelde een dubbele whisky.
Nu de damesjas was verdwenen leek ook de aandacht van de pin-up weg te zijn.
Hij was nu een eenzame, zielige man, die zijn verdriet zat weg te drinken in de kroeg.
Iets wat vrouwen erg onaantrekkelijk vinden.
Deejay
Een vriend is een lokale deejay. Een stuk jonger dan ik zelf ben.
Ik ken hem al uit de tijd dat ik fervent uitging en de discotheken van de stad onveilig maakte.
Ik behoorde tot de hippe kroegtijgers en hij mocht van de vrouwelijke uitsmijter door zijn jonge leeftijd de meest populaire discotheek maar net aan naar binnen.
Tussen onze leeftijden in was de disco bevolkt met dames die net te jong voor mij waren en beduidend te oud voor hem.
Hij moest zijn eerste lijntje coke en de eerste XTC-pil nog gaan gebruiken, ik had die hulpmiddelen al een paar jaar afgezworen.
Samen keken we onder het genot van een biertje naar de dansvloer, waar de dames uren stonden te dansen op genotsmiddelen die in onze lijven ontbraken.
We zagen samen, dat de eigenaar -die ook het deejaywerk voor zijn rekening nam- geadoreerd werd als een rockster. Naast de hoop om zijn welgestelde vrouw met aanzien te worden, was ook een parttime baantje achter de bar een gunst die hij de dames kon verlenen.
De cocaïne maakte een zekere, zelfbewuste en sterke vrouw van ze en probeerden onder die omstandigheden door plaatjes aan te vragen, de aandacht te trekken van de jonge ondernemer.
Hoe extremer het gevraagde nummer was, des te groter de kans om op te vallen, dus moest die kennis opgebouwd worden door deejays in andere dansgelegenheden buiten de stad uit te horen over de zojuist gedraaide muziek.
Het aanzien van barmeid in de belangrijkste uitgaansgelegenheid van de stad vergrootte de kans om na het mislukken van de een-nacht-affaire met de eigenaar in contact te komen met de andere interessante partijen die de danstent bevolkte.
Popmuzikanten, kunstenaars en fotograven kregen een voorkeursbehandeling. De mannen waar ze later mee trouwden en hun kinderen van zouden krijgen, moesten op hun beurt wachten en kregen nooit een drankje van het huis.
Mijn jonge vriend hield ik vrij. Hij kreeg van mij de drankjes die ik had uitgespaard.
Zo ontstond een jarenoude mannenvriendschap.
Nu de kinderen uit huis zijn, mislukte huwelijken, het jaren alleen opvoeden van kinderen geen barrières meer zijn, lijkt het erop dat het jeugdsentiment onder de hipsters van toen niet meer te stuiten is.
De eighties-feesten, forty-up-parties en reünies van de eerder genoemde discotheek zijn niet van de lucht.
Buiten het pondje meer, de niet te stuiten ouderdomsverschijnselen dansen de dames alsof de tijd heeft stilgestaan. Met hetzelfde vertrouwen dat ze toen hadden, maar nu door een grote hoeveelheid witte wijn op de muziek die ze zo goed kennen en die na die tijd nooit meer is verbeterd.
Mijn jonge vriend vertelde me gisteren in een gezellig kroegje dat hij moest invallen op zo’n feest. Bij toeval had hij die avond een gat in zijn drukke agenda gehad.
Het is normaalgesproken niet de muziek die hij draait op feesten waar hij zijn inkomsten mee genereert, maar werk is werk.
Tijdens het draaien op deze routineklus kwam er een vrouw van dik boven de middelbare leeftijd naar de jonge god.
“Ze stonk naar stront, rook uit haar mond had een verlopen gezicht, grijs haar en vertelde me dat ze me al leuk vond toen zij achter de bar van die beroemde discotheek stond.”
De naam van mijn ex schoot door mijn hoofd.
De oudere mannen aan mijn tafel scandeerden haar naam echter door de kroeg waar we zaten en keken me lachend aan.
Ik schoot daardoor in de lach en bestelde een biertje voor het gezelschap om de gênante situatie weg te spoelen.
Aangifte
Ik had haar ongezouten de waarheid en mijn mening daarover verteld.
Ik had ernstige kritiek over haar zijn en haar gedrag geuit.
Soms kunnen vrouwen -ondanks hun spreekwoordelijke verbale vaardigheden- zich plotseling niet meer met woorden verdedigen.
Vooral als ze bij overspel, leugens of diefstal zó betrapt worden, dat zelfs een sluwe ontkenning, de zaak lacherig in twijfel trekken of met volledige overgave huilen geen enkele zin meer heeft.
Hoe had ik zo bot en glashard de waarheid aan haar kunnen vertellen? Waarom was het bewijs zo duidelijk en waarom had ze deze confrontatie met de waarheid niet aan zien komen? Ze had zich in de relatie zo superieur gevoeld! In een klap was ze van een handige manipulator veranderd in een wezen dat naakt haar schuld moest bekennen.
Uit pure zelfverdediging had ze me dan ook verontwaardigd - met volle hand en daarachter haar volledige lichaamsgewicht- een harde klap in mijn gezicht gegeven om zich uit de benarde situatie te vechten.
Ik ben tegen alle vormen van geweld en zou zelf nooit voor deze oplossing gekozen hebben om deze ruzie te beslechten. De situatie was vóór de klap misschien nog bespreekbaar geweest, maar nu was er geen weg meer terug.
De relatie behoorde wat mij betreft nu tot mijn verleden.
Met een tintelende wang verzocht ik haar met rustige stem de voordeur van mijn huis te sluiten. En dan wel vanaf de buitenzijde.
De sleutels van mijn appartement bungelden triomfantelijk tussen haar duim en wijsvinger.
Op een afstand -buiten het bereik van mijn armen en de daaraan hangende vuisten- stond ze met een opgetrokken wenkbrauw en een valse, minachtende glimlach naar me te kijken.
Met haar linker voet aardde ze zich. Haar rechterbeen was licht gebogen en had via de gebogen tenen contact met de vloer van de woonkamer. Een houding die zegt: 'Deze slag is mijn, mannetje'. Als ik dat wil, kan ik op elk moment je huis weer binnenkomen met mijn sleutels.
Ontspannen liep ik in haar richting, wreef wat over mijn pijnlijke rode wang en al pratend kwam ik in de zone waar ik de rammelende sleutelbos in een snelle beweging tussen haar vinger uit kon grissen.
Ze bukte en sloeg de handen beschermend om haar hoofd als een geroutineerde relatievechter.
Ze verwachtte waarschijnlijk een slag terug, maar kwam er teleurgesteld achter dat ze in één zet schaakmat stond. Zonder geweld op het middenbord, had ik haar koning geslagen en de schaakpartij definitief gewonnen.
Zonder me nog één blik te gunnen, verliet ze mijn huis als een slechte verliezer.
Nadat ik de voordeur achter haar had gesloten, was voor haar de deurbel nog het enige middel om toegang tot mijn woning te verkrijgen.
De snelheid waarin ik van gelukkige partner in een vrijgezel was veranderd, de stilte in huis, de teleurstelling in mensen en het verdriet dat ik daardoor voelde, vroegen om een borrel en nog een en nog een en nog een.
Ik wachtte op het moment dat het allemaal goed tot haar door zou dringen en ze haar excuus telefonisch aan zou bieden.
Ik zou dan weerstand moeten bieden tegen de lieve woordjes, het huilen en de wanhoop aan de andere kant van de lijn. Afhankelijk van mijn zwakte of kracht zou ik haar voorstel om opnieuw te praten bejubelen of dat juist afwijzen.
Na drie kwartier ging de deurbel.
Ik probeerde mijn gezicht op rustig te zetten en niet te blij over te komen.
Lijden zou ze.
Over de vloer kruipen.
Ik zou haar in mijn hondje veranderen.
Met de juiste onverschillige blik, overwicht en een tikje spottend maakte ik de deur open.
"Politie."
"Jan Jaap de Vries?"
"Uuhhh...jaaa", zei ik bij het horen van mijn naam.
Er flitsen zelfmoorden, ongevallen en verkrachtingen door mijn hoofd waarbij mijn ex-vriendin het middelpunt geweest zou zijn. Ze zetten hun petten niet af en vroegen ook niet of ze even binnen mochten komen om me de gebruikelijke slachtofferhulp te bieden of me op tactische wijze te vertellen wat haar was overkomen.
"U bent gearresteerd meneer. Wilt U uw jas pakken en met ons mee gaan naar het bureau?"
Ze wilden mijn vragen niet beantwoorden.
Ik moest mee zonder een duidelijk toelichting van de arrestatie.
"Weten jullie wel zeker dat je mij moet hebben?
Ik heb niets gedaan.
Ik voel me al zo klote."
Een van de agenten stopte zijn neus tussen mijn lippen en de woorden "U heeft een flinke borrel op, meneer", maakten me nog onzekerder.
Ik liep arm in arm met een agent naar de klaarstaande politieauto en zwaaide wat schuchter - met de hand die nog vrij was - naar nieuwsgierige buren, die uit hun huizen waren gekomen om te zien welke buurman de wet had overtreden.
"Dat had ik nooit achter hem gezocht", hoorde ik ze tegen elkaar zeggen terwijl ik in de auto gepropt werd.
Zonder woorden werd ik afgevoerd en in een cel geworpen met het advies om mijn roes maar eens lekker uit te slapen.
"Morgenochtend wordt U verhoord."
De volgende dag om ongeveer een minuut voor twaalf, werd ik uit mijn cel gehaald en naar een vrouwelijke politieagent geleid die het proces-verbaal op zou nemen.
Ze keek me minachtend aan en sprak: "Er is gisteren aangifte tegen U gedaan wegens zware mishandeling."
"Wat????"
Ik vertelde mijn zijde van het verhaal en de agente keek me tussen het tikken op haar computer spottend aan en reageerde na elke zin van mijn betoog steeds met "Ja ja."
"Dat was het", zei ze.
Ik kon naar huis gaan.
Ze belde me na een paar dagen op.
Ze wilde haar spullen die nog in mijn huis lagen terug.
Het oude plan om haar spullen in een mixer tot pulp te vermalen en de optie om het Leger Des Heils er gelukkig mee te maken, waren al afgevallen wegens het te grote risico van een aangifte wegens diefstal. Een rechercheteam met een huiszoekingsbevel dat haar persoonlijke bezittingen niet in mijn huis zou kunnen vinden, zou dan mijn strafblad alleen maar groter maken.
Om onze affaire voor eeuwig af te sluiten, besloot ik haar spullen in de deuropening van mijn voordeur dus gewoon terug te geven.
Huilend stond ze voor de geopende voordeur.
"Ik vind mezelf zo'n trut.
Het is zo gemeen wat ik gedaan heb.
Je verdient dit niet.
Je bent zo'n lieve man."
Toen ze na onze ruzie thuis gekomen was, had ze haar hoofd tegen een muur geslagen en was met bloedend voorhoofd naar de politie gegaan en had aangifte gedaan.
"Ik wilde je even terugpakken omdat je me eruit gegooid had en je me zo klein had laten voelen."
"Ik weet het", zei ik op verwijtende toon, "ze hebben me hier opgehaald en in een cel gegooid en ik mocht door jouw actie een nacht in een politiecel verblijven. Heb je enig idee hoe dat voelt?"
Alsof ze van de gevolgen van haar stomme actie niet wilde horen, huilde ze hysterisch uit zelfbeklag om mijn zinnen te overstemmen.
Tussen het snikken door vertelde ze me dat ze vandaag nog terug naar het bureau ging om de aanklacht tegen mij in te trekken.
"Dat is toegeven dat je een valse aangifte gedaan hebt", sprak ik om haar voor ergere dingen te beschermen en om het voorval niet nog verder te laten escaleren.
"En toch doe ik het voor jou. Sterker nog, ik wil dat je meegaat om te zien dat ik het ook daadwerkelijk doe en je zeker weet dat je uit hun archieven bent."
Ik vermoedde dat ze dit alleen deed om mij weer gunstig te stemmen en om de smet op de relatie wit te wassen. Mijn verwijten over haar gedrag zou ze in de toekomst voor eeuwig kunnen pareren met haar liefdevolle actie waarmee ze mij tegen het politieapparaat in bescherming had genomen. Het was duidelijk dat ze een voet tussen de gesloten deur probeerde te zetten om zich weer toegang te verlenen tot mijn huis en mijn hart.
Ik wilde mijn strafblad graag weer in de oorspronkelijke onbeschreven blanco versie zien te krijgen, dus volgde ik haar richting politiebureau.
Gerechtigheid zou zegevieren!
Na een half uur kwam een gemoedelijke politieman die al tegen zijn pensioen aan moest lopen in onze richting gesloft. Zonder politiepet leek hij een beetje op een aardige oom op een verjaardagsfeestje, maar de twee strepen op de mouw van zijn overhemd verraden dat schijn bedriegt.
Hij nam mijn ex-vriendin mee naar een glazen cabine in de ontvangsthal van het politiebureau.
Vanaf het verdachtenbankje bij de balie waarop ik van de agent moest blijven zitten, kon ik het schouwspel in de cabine goed volgen.
Er werd heel wat afgelachen in de goed geluidgeïsoleerde ruimte.
Mijn ex was heel ontspannen en lachend zorgde ze ervoor dat mijn naam uit de archieven van Interpol, gemeente- en rijkspolitie gehaald werden.
De verwachtte handboeien om de vrouw in te rekenen, die de politie met haar valse aangifte had bedrogen, bleven uit.
De agent gaf haar een hand, trok zijn schouders lachend op en opende de deur voor haar zoals écht lieve mannen doen. Hij liet haar op de valreep het verschil tussen een heer en een agressieve eikel zien.
Op straat vroeg ik haar wat er zo te lachen viel over de walgelijke situatie waarin ze me had gewerkt. Waarom had die agent ook zo gelachen?
"Toen ik vertelde dat ik de aanklacht wilde terugtrekken, waarschuwde hij me dat een man die eenmaal slaat, ook een tweede of derde keer zal gaan slaan.
Hij beweerde dat ik dit onder bedreiging van jou had moeten doen. Hij was ervaringsdeskundige en had al heel wat vrouwtjes terug zien komen na het intrekken van hun aanklacht.
“Je moet het zelf weten, maar ik zou je aanklacht niet terugtrekken”, had hij haar geadviseerd.
Dus ik vertelde hem dat het tussen ons uit was en je daar de kans niet meer voor zou krijgen.
Ik zei hem dat ik het deed om je geen schade te bezorgen voor rest van je leven.
Vergeven en vergeten, hé.
Heel even wilde ik naar het bureau teruglopen om hem de zaak op mijn manier nog eens fijntjes en duidelijk uit te leggen.
Mijn boosheid had zijn idee van agressieve mannen alleen maar bevestigd en zijn medelijden voor die arme, domme vrouw alleen maar versterkt.